BLOG


Leerdoelkaarten10-14

Voor wie doen we het eigenlijk?


Matthijs Driebergen (SLO)

9 oktober 2020


Stille revolutie?

Afgelopen twee jaren heeft SLO voor 10-14 scholen voor alle leergebieden leerdoelkaarten ontwikkeld, waarin de doorgaande leerlijn van groep 7/8 basisschool naar klas 1/2 van het voortgezet onderwijs uitgewerkt is. Terwijl de voorstellen voor Curriculum.nu - waarin voor het eerst in de Nederlandse onderwijs een doorgaande leerlijn van po naar vo geschetst wordt - onderworpen waren aan publiek debat, werkten leraren van 10-14 scholen met SLO'ers in alle rust aan overzichten hoe die doorlopende leerlijn er voor 10-14 onderwijs eruit kan zien. De resultaten, de leerdoelkaarten 10-14 voor alle vakken en leergebieden, worden inmiddels door veel verschillende 10-14 scholen gebruikt (en hopelijk ook door andere scholen die werken aan een doorgaande lijn van primair naar voortgezet onderwijs). SLO verzamelt met een enquête feedback op dat gebruik, om de leerdoelkaarten nog beter bruikbaar te maken.

Verschillen en overeenkomsten

Als je een snelle blik op de leerdoelkaarten werpt, vallen je misschien vooral verschillen op. Ieder leergebied lijkt het anders te hebben aangepakt. Sowieso verschilt de formulering: van ‘de leerling leert…’ tot ‘ik verklaar…’. Bij taal (Nederlands en moderne vreemde talen) en rekenen-wiskunde spelen de referentieniveaus een belangrijke rol en zijn de leerdoelkaarten daarop gebaseerd. Sommige leergebieden hebben een duidelijk onderscheid tussen kennis en vaardigheden, andere leergebieden hebben dat sterker geïntegreerd. Er zijn gelukkig ook overeenkomsten. De leerdoelkaarten zijn allemaal beschreven in concrete doelen waardoor leerlingen inzicht krijgen in hun eigen leerproces en leraren gefundeerde keuzes in hun lesstofaanbod kunnen maken.

Gebruik in de praktijk

Scholen gebruiken de leerdoelkaarten heel verschillend, zo blijkt uit de eerste resultaten van de enquête. Sommige scholen gebruiken ze als leidraad bij het samenstellen van hun curriculum. Anderen gebruiken ze bij projectonderwijs om te controleren of aan alle (kern)doelen gewerkt wordt. Weer anderen hebben ze omgeschreven naar leerlijnen voor leerlingen, die daarmee meer regie nemen op hun eigen leerproces.

“Die diversiteit is juist een bewijs voor de bruikbaarheid van de kaarten”

Alles voor...?

Je zou van al die diversiteit in de war raken… Die mogelijke verwarring kwam uitgebreid ter sprake tijdens het overleg van een aantal SLO'ers die werken aan de 10-14 leerdoelkaarten. Maar als ik de verschillende bijdragen van mijn collega's goed beluister zie ik die diversiteit juist als een bewijs voor de bruikbaarheid van de kaarten: iedere school kan ze naar eigen inzicht gebruiken en vertalen naar de lespraktijk. En vanuit welk perspectief en op welke wijze ook uitgevoerd, ze doen precies waarvoor ze bedoeld zijn: leerlingen helpen grip te krijgen en te houden op hun eigen leerproces.

Handleiding

Willen we dan alle leerdoelkaarten 10-14 gelijk maken? Of mogen verschillen bestaan? We besloten dat verschillen mogen. In plaats van al die kaarten gelijk te maken, gaan we goede voorbeelden uit de praktijk en ideeën over mogelijkheden voor gebruik in die praktijk bundelen. Die voorbeelden vormen een handleiding hoe 10-14 scholen met leerdoelkaarten kunnen werken. Daar wordt momenteel hard aan gewerkt. Dit najaar komen we met meer nieuws. En zo werkt SLO praktisch en in continue afstemming met leraren over de behoeften van leerlingen aan goed onderwijs.

Reageren?